Vragen conform art. 43 raadsreglement van orde inzake asbestverwijdering

Aanleiding: Het alarmerende artikel op de voorpagina (incl. blz. P6) in het AD Groene Hart editie Alphen van 26 juli 2012, met als kop:”Asbestsector al jaren één grote chaos”. Het artikel refereert aan een rapport van de Arbeidsinspectie en constateert onacceptabele gezondheidsrisico’s. De brancheverenigingen VOAM en VVTB erkennen de problemen en pleiten voor forse maatregelen.
(Antwoordbrief van gemeente Alphen aan den Rijn inzake asbestverwijdering te lezen in bijlage)

Aanleiding: Het alarmerende artikel op de voorpagina (incl. blz. P6) in het AD Groene Hart  editie Alphen van 26 juli 2012, met als kop:”Asbestsector al jaren één grote chaos”. Het artikel refereert aan een rapport van de Arbeidsinspectie en constateert onacceptabele gezondheidsrisico’s. De brancheverenigingen VOAM en VVTB erkennen de problemen en pleiten voor forse maatregelen.

De brancheverenigingen willen o.a. af van prijsconcurrentie via aanbestedingen, hetgeen slordig werken in de hand werkt. Verder zou de regelgeving onnodig ingewikkeld zijn. GroenLinks stelde al eerder vragen (zaaknr. 2010/926) n.a.v. het onderzoeksrapport over asbestverwijdering opgesteld door de Ministeries van Sociale Zaken en VROM en kreeg daar uitvoerige maar weinig geruststellende antwoorden op van het toenmalige College van B&W inzake vergunningverlening, toezicht en handhaving. Reden voor GroenLinks om vervolgvragen te stellen op grond van de nieuwe informatie die beschikbaar is.

Vragen1. Heeft het College van B&W al kennis kunnen nemen van het onderzoeksrapport van de Arbeidsinspectie zoals genoemd in het AD en wat zijn daaruit de conclusies die B&W daaruit trekken?

2. Is B&W ondertussen geïnformeerd over de inhoud van het onderzoeksrapport opgesteld door de Ministeries van Sociale Zaken en VROM waarvan in de beantwoording op de GL-vragen in 2010 nog geen sprake kon zijn? (Het toenmalige College van B&W was nog niet bekend met de inhoud van het rapport omdat VROM het nog niet actief openbaar had gemaakt). Zijn daaruit conclusies getrokken door B&W?

3.  Scoort Alphen aan den Rijn nu beter dan de toen 20% legaal verwijderd asbest door particulieren en is er nu wel sprake van een verantwoorde informatievoorziening, vergunningverlening,  toezicht en handhavingsstrategie in het kader van de volksgezondheid?

4. In 2010 meldde B&W dat „de stroom asbestafval goed in beeld is”, dit ondanks het feit dat het merendeel van de verwijdering illegaal plaatsvindt. Kan er nu op grond van een vergelijking van de oude en nieuwe informatie (meldingen, cijfers, toezicht) aangenomen worden dat er minder of geen gezondheidsrisico’s zijn verbonden aan de asbestverwerking in Alphen aan den Rijn?

5. Zijn er ondertussen wijzigingen in de informatie- en handhavingsstrategie vastgesteld of in overweging genomen om tot een beter totaaloverzicht en inzicht te komen m.b.t. gezondheidsrisico’s of het nu gaat om particulieren of asbestverwijderingsbedrijven?

6. Heeft de gemeente asbestsaneerders ingehuurd op basis van aanbesteding en heeft de gemeente gekozen voor de goedkoopste aanbieder?

7. Is er toezicht gehouden op asbestverwijdering bij de gemeentelijke  opdrachten, van instellingen en van particulieren of ging de gemeente er van uit dat de sector zelf wel voorzag in toezicht?

8.  Is het College van B&W er van overtuigd dat de verwijdering en afvoer van asbest in de gemeente Alphen aan den Rijn geen gevaar voor de volksgezondheid heeft opgeleverd?

9. Heeft het College van B&W op grond van de nieuwe inzichten op het gebied van de schade die asbest kan veroorzaken voorstellen hoe de asbestverwijdering en afvoer in Alphen aan den Rijn en in de regio kan verbeteren?

10. Hoe denkt het College van B&W vergelijkbare toestanden als in de Utrechtse wijk Kanaleneiland te vermijden?

11. Is het College van B&W dezelfde mening toegedaan als die van de brancheverenigingen m. n. die betrekking hebben op de prijsconcurrentie en „ingewikkelde” regelgeving?

 

René Driesen,

Raadslid GroenLinks