Albert Heijn Boskoop moet blijven waar zij is

Het centrum van Boskoop wordt bedreigd. Wat is er gebeurd? Eind vorig jaar heeft de gemeenteraad van Boskoop plannen goedgekeurd om Albert Heijn in Boskoop te verplaatsen.  De fractie van GroenLinks heeft hiertegen gestemd. Het was namelijk te voorzien dat deze ontwikkeling geen bijdrage zou leveren aan de kwaliteit van het winkelareaal van Boskoop. Bovendien betekende de voorgenomen opschaling van het centrum het einde van een markante oude villa die in het plangebied staat.

door Dirk Kuijper

We zijn nu een jaar verder en het verzet tegen de onzalige plannen van winkeliers en bewoners van Boskoop neemt toe.

Naburige winkeliers vrezen vergaande achteruitgang van klandizie als de Albert Heijn verplaatst. Er zijn gesprekken gevoerd en alternatieven bedacht die beduidend beter passen in het centrum van Boskoop, helaas nog zonder resultaat.

Inmiddels laat het college van Alphen zich ook minder enthousiast uit over de plannen van een jaar geleden. Maar vooralsnog verschuilen de wethouders zich achter het besluit van de voormalige gemeente Boskoop en zeggen mogelijk forse schade op te lopen als ze de plannen terugdraaien.

De sleutel voor de oplossing ligt dan ook niet primair bij de gemeente maar veeleer bij Albert Heijn. Het draait uiteindelijk om Ahold: haar winkel wordt in het plan verplaatst. Idealiter besluit de Albert Heijn in Boskoop te blijven waar hij nu is, en uit te breiden met het deel van het gebouw dat nu leegstaat. De bibliotheek kan elders   worden gehuisvest. Bovendien kan de markante villa worden gespaard en wellicht een nieuwe, interessante bestemming krijgen.

Wat wij zouden willen bevorderen is dat de gemeente via gesprekken met Ahold tot een verkenning van nieuwe mogelijkheden komt. Of deze met of zonder projectontwikkelaar Leyten tot stand zal komen is vooral afhankelijk van de souplesse van Leyten. Als zij een rol willen blijven spelen zal zij zich meer dienend aan de gewenste maatschappelijke ontwikkelingen moeten opstellen en wellicht genoegen moeten nemen met minder winst dan ze eerder voor ogen heeft gehad.

In het licht van deze opvatting zouden wij met gebruikmaking van art 36 van de gemeentewet de volgende vragen aan het college willen voorleggen:

  1.        Is het juist dat de nieuwbouwplannen binnenkort ter inzage worden gelegd en welke procedure wordt tijdens en na deze terinzagelegging  gevolgd?
  2.        Is er zoals wordt verondersteld sprake van een juridische grondslag voor een schadeclaim van de projectontwikkelaar indien de gemeente haar medewerking opschort of beëindigt?
  3.        Welke mogelijkheden ziet het college om de planvorming om te buigen in een door ons en vele anderen gewenste richting?
  4.        Zijn er gemeentelijke projecten die tot een andere invulling van het gebied kunnen leiden (o.a. de locatie van een bibliotheek)
  5.        Ziet het college mogelijkheden om de villa te (doen) behouden en hiervoor een culturele, maatschappelijke of commerciële invulling  te zoeken?